Hof wijst opnieuw dwaling toe

Hof wijst opnieuw dwaling toe

In korte tijd honoreerde het Gerechtshof Amsterdam voor de tweede maal een beroep op dwaling. In dit geval betrof het ABN AMRO. Aanleiding was de invoering van de liquiditeitspremie en dus de verhoging van de opslag. Saillant detail is dat in dit geval de door ABN AMRO aangekondigde liquiditeitspremie niet verschuldigd werd omdat de klant de lening van ABN AMRO afloste. Maar tegenover deze renteswap stond ook nog een lening van SNS en die bank voerde ook een liquiditeitspremie in.

Dwaling

Het hof oordeelde dat de renteswap onder invloed van dwaling tot stand gekomen was. De bank had een onjuiste voorstelling van zaken gegeven. Met een renteswap wordt niet dezelfde bescherming tegen rentestijgingen geboden als met een middellange lening. En dat was door de bank wel gesuggereerd. Het maakt dus niet uit welke bank de opslag verhoogt, als het renterisico op de lening maar is afgedekt met de renteswap.
Het hof vond het aannemelijk dat de klant geen renteswap zou hebben gesloten, als de bank verteld had dat de renteswap geen volledige bescherming bood tegen rentestijgingen en dat liquiditeitsopslagen en andere opslagen niet waren afgedekt.

De gevolgen

De renteswap wordt met terugwerkende kracht vernietigd en daardoor moeten alle over en weer uit hoofde van de renteswap betaalde rentes terugbetaald worden. De klant krijgt de door hem betaalde vaste rente terug en de bank ontvangt de door haar betaalde variabele rente terug. In dit geval levert dat per saldo een terugbetaling op door de bank van ruim EUR 2 miljoen. Maar daarmee is de kous nog niet af. Tegenover deze betalingsverplichting van ruim EUR 2 miljoen heeft de bank namelijk recht op een vergoeding voor het feit dat de bank het risico droeg dat het euribor-tarief hoger wordt dan de swaprente. Hiervoor verwees het hof naar zijn uitspraak van 15 september2015 inzake ING. Zie hierover een eerder artikel op dit weblog.
Als een renteswap wegens dwaling wordt vernietigd, leidt dit tot terugbetaling van de over en weer verrichte betalingen. Gelet op de sedert oktober 2008 drastisch gedaalde rente zal dat ertoe leiden dat banken per saldo grote bedragen moeten restitueren. Een klant zal alleen een dergelijke actie tegen zijn bank beginnen, als hij door de vernietiging per saldo recht krijgt op terugbetaling van rente. Het is immers zinloos om een renteswap te vernietigen als de uitkomst is dat hij moet bijbetalen. Dat zou het geval zijn als de rente drastisch zou zijn gestegen in plaats van gedwaald. Is dat de achtergrond van ’s hofs vaststelling dat de bank het risico heeft gelopen dat het euribor-tarief hoger zou worden? En zo ja, is dat dan een voldoende rechtvaardiging om de bank daarvoor een vergoeding toe te kennen? Een betere uitleg door het hof zou welkom zijn geweest. Motiveringsgebrek?
Reageren is niet mogelijk.